fruit

onzijdig (het)/frœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten echter let op! [https://nl.wikipedia.org/wiki/Verschil_tussen_groente_en_fruit Verschil tussen groente en fruit]
    Voldoende fruit eten is gezond.
    Elke dag denderden vrachtwagens met groente, fruit en wijn van het Zuiden naar Parijs.
    Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten. Er kwam geen einde aan: zalmsalade, pasta, groente, sushi, biefstuk, soep, chocoladetaart, witte chocoladetaart, crème brûlee, vers fruit met room, bier, koffie en whisky.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vruchten’ voor het eerst aangetroffen in 1285

Uitdrukkingen

  • Laaghangend fruitIets wat eenvoudig te bereiken of realiseren is (t.o.v. iets anders in dezelfde context)
  • Een rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schandals iemand uit een groep een fout maakt benadeelt hij de hele groep; door slechts één persoon kan iedereen van die groep een slechte naam krijgen

Vertalingen

Engelsfruit
Fransfruit
DuitsFrucht, Obst
Spaansfruta, fruto
Italiaansfrutta, frutto
Portugeesfruta, fruto
Russischплод, фрукт, фрукты
Chinees水果
Japans果物
Koreaans과일
Arabischفاكهة, فواكه
Turksmeyve
Poolsowoc
Zweedsfrukt
Deensfrugt