ooft
onzijdig (het)/oft/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) fruit, boomvrucht{{ouds
- (verouderd) fruit in het algemeen
- (gewestelijk) gedroogde appels, in het bijzonder om vla mee te maken
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands "ooft", ōvet, uit Oudnederlands ōvit, ontwikkeld uit West-Germaans *uba-ētaz ‘boomvrucht’, oorspronkelijk ‘toespijs’; zie verder op en eten. Evenals Nederduits Aaft, Ooft, Duits Obst, Fries oefte ‘iets (te eten) van zijn gading; iets lekkers’ en Oudengels ofet(t).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek