fusering

vrouwelijk (de)/fyˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het samenvoegen van twee zaken tot één nieuwe zaak
    Verbod fusering zorgverzekeraar-zorginstelling: Minister Klink van Volksgezondheid moet zorgverzekeraar DSW verbieden mede-eigenaar te worden van het Vlietland Ziekenhuis in Schiedam. Dat heeft VVD-Tweede Kamerlid Schippers dinsdag geëist. Reformatorisch Dagblad 06-01-2009 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/verbod-fusering-zorgverzekeraar-zorginstelling-1.98105 Verbod fusering zorgverzekeraar-zorginstelling]

Etymologie

* afleiding van fuseren