gaar

/xaɹ/

Wat is de betekenis van gaar?

gaar betekent: lang genoeg gekookt zodat het eetklaar is

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. voeding_in_het_nederlands lang genoeg gekookt zodat het eetklaar is
  2. informeel_in_het_nederlands duf, energieloos, futloos
  3. informeel_in_het_nederlands zonderling
  4. verouderd_in_het_nederlands Ten volle, geheel en al, ganschelijk
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van garen
  2. gebiedende wijs van garen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van garen

Voorbeelden van "gaar" in een zin

  • Aan tafel, het eten is al lang gaar, straks verpietert het nog.
  • Ik ben gaar, ik denk dat ik te weinig geslapen heb.
  • wat is dat een gare gast, zeg
  • Dat gaar recht zijn Uw wetten en voetpaden.
  • Gansch en gaar.

Etymologie

erfwoord via Middelnederlands van Oudnederlands garo, in de betekenis van ‘voldoende toebereid’ aangetroffen vanaf 901