gal

/ɣɑl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, eenheid (natuurkunde), (eenheid) eenheid van versnelling in het c.g.s-stelsel (centimeter-gram-seconde-stelsel), weergegeven met symbool Gal
zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) uit de lever afkomstig vocht dat een rol speelt in de spijsvertering, met name van vet
    Gal helpt bij de vertering van vetten.
zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) door luchtinsluiting gevormd holletje in (giet-) materiaal
    De grote gaten moeten we dichtplamuren, de kleine galletjes mogen wel blijven zitten.
  2. biologie (biologie) (Cecidologie) uitwas aan blad van boom of struik, ontstaan door een parasiet of symbiont, meestal een insect (een galwesp, galmug, gewone vijgenwesp, vlieg, bladluis of galmijt) die haar eieren in de plant legt
  3. diergeneeskunde (diergeneeskunde) gezwel bij dieren (paardenbeen)

Etymologie

*(eponiem), genoemd naar de Italiaanse onderzoeker In de betekenis van ‘eenheid van versnelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950

Uitdrukkingen

  • bitter als gal zijnzeer bitter zijn
  • De gal loopt overboos worden
  • Zijn gal spuwenzijn boosheid over iets uiten
  • Zijn pen in gal dopenhet oneens zijn en dat duidelijk laten blijken in een schrijven

Vertalingen

Engelsbile, blowhole, flaw
Fransbile, souflure, galle
DuitsGal, Galle, Lunker
Spaansbilis
Turkssafra, öd
Poolsżółć