galappel
mannelijk (de)/ˈɣɑlɑpəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) gezwel op de blaadjes van een eik als de galwesp daar haar eitjes in heeft gelegd
Etymologie
*, cognaat met "Gallapfel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*, cognaat met "Gallapfel"