galapak
meervoud
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een mooi, net, feestelijk pakOp het Boekenbal kwam een meisje naar me toe.. Op zichzelf is dat een fijne beginzin – misschien moet ik daar maar meteen ophouden. Het suggereert genoeg. Ik kende haar een beetje, krulletjes, van die grote intense ogen waarvan je zou denken dat ze in het donker kunnen zien. We kletsten wat, ik stond daar in mijn galapak, mijn gepoetste schoenen, mijn das, vodka-tonic, helemaal Don Draper-modus, 100 procent confidence, totdat ze ineens de meest dodelijke zin zei die iemand op feestjes kan zeggen: „Ik zit eraan te denken om ook een roman te schrijven.” NRC Joost de Vries 20 maart 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/03/20/ik-ga-een-brug-bouwen-12275452-a304281 Ik ga een brug bouwen]
- sierlijk uniform voor feestelijke gelegenhedenSpanjes morele blinde vlek had onevenwichtige gevolgen. Menig straat is nog vernoemd naar foute generaals. Massamoordenaars worden met lokale gedenktekens herdacht als `bevrijders'. In het hoofdstedelijke oorlogsmuseum vallen de veldkostuums en het galapak van de Caudillo te bewonderen. NRC Steven Adolf 1 november 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/11/01/gedenk-de-doden-al-is-het-erg-laat-7612387-a553271 Gedenk de doden, al is het erg laat]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek