gameet
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) geslachtscel
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘voortplantingscel’ voor het eerst aangetroffen in 1902
Vertalingen
Spaansgameto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek