gamel

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vaak afsluitbaar keteltje bedoeld voor etenswaren, gewoonlijk gedragen door soldaten te velde
    Mijn moeder had in de oorlog een paar gamellen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eetketel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928