ganglion

/ˈɣɑŋɣliˌjɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) zenuwknoop
  2. medisch (medisch) een holte in of bij een gewrichtskapsel of peesschede die gevuld is met geelachtige glijstof

Etymologie

* Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘zenuwknoop, peesknoop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelsganglion, ganglion cyst
Fransganglion
DuitsGanglion, Ganglion
Spaansganglio
Italiaansganglio
Portugeesgânglio
Russischганглий
Japans神経節
Poolszwój, torbiel galaretowata
Zweedsganglion