ganzenbloem

vrouwelijk (de)/ˈɡɑnzə(n)ˌblum/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) plant van het geslacht in het bijzonder de 'gele ganzenbloem' (, )

Vertalingen

Spaanscrisantemo, margarita silvestre