woorden
boek
Start
›
G
›
ganzenbloem
ganzenbloem
vrouwelijk (de)
/ˈɡɑnzə(n)ˌblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
plantkunde
(plantkunde) plant van het geslacht in het bijzonder de 'gele ganzenbloem' (, )
Vertalingen
Spaans
crisantemo, margarita silvestre
Verwante woorden
Ganzebloem
Ganzebloemstraat
Ganzeboom
Ganzedijk
ganzen
ganzenbeheer
ganzenbekken
ganzenbeleid
ganzenbloemen
ganzenbord
ganzenbordde
ganzenborden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← ganzenbeleid
ganzenbloemen →