ganzenbord

onzijdig (het)/ˈɡɑnzə(n)ˌbɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spel (spel) een bepaald gezelschapsspel, gespeeld met dobbelstenen en pionnen

Etymologie

* In de betekenis van ‘bordspel’ voor het eerst aangetroffen in 1621

Vertalingen

Engelsgame of the goose
Fransjeu de l'oie
Italiaansgioco dell'oca