woorden
boek
Start
›
G
›
gaskraan
gaskraan
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
een kraan om de gastoevoer af te sluiten.
Na het koken werd de gaskraan op het fornuis dichtgedraaid.
Verwante woorden
gaskabel
gaskabels
gaskachel
gaskachels
gaskacheltje
gaskamer
gaskamers
gaskanon
gasketel
gasketels
gasklep
gasklephuis
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gaskoppeling
gaskraantje →