gaspit
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈxɑspɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gasbrander waarop men kan koken; deel van een gasfornuisTerwijl Lundberg de koelbox uitpakt en de gaspit op een windvrije plek installeert, is er tijd het eiland te verkennen. Geen wc, geen 3G, wel een steen om op te zitten. Tubantia Jeroen Kreule 08-06-15 [https://www.tubantia.nl/lifestyle/op-een-onbewoond-aland-voor-de-kust-van-finland~a529b976/ Op een onbewoond Åland voor de kust van Finland]Na stoken is de keuken dus de belangrijkste plek voor woningbranden: in 22 procent van de gevallen brak hier brand uit. De meest voorkomende oorzaak – 50 procent – is een vlam in de pan. Een vergeten pannetje dat droogkookt, valt ook in deze categorie. Een storing in een keukenapparaat zoals de vaatwasser zorgde voor 20 procent van de keukenbranden. Een houten lepel of een theedoek op een hete gaspit is goed voor 15 procent van de branden in de keuken. Tubantia 23-09-16 [https://www.tubantia.nl/overig/fout-stoken-grootste-oorzaak-woningbranden-in-twente~ab960dfa/ Fout stoken grootste oorzaak woningbranden in Twente]Het Europese Parlement wordt voortdurend bestookt met griezelverhalen over buitenlandse truckers die maandenlang in hun cabine langs de snelweg wonen, hun potje koken op een gaspit in het gras en zich alleen 'douchen' als het regent. Volgens Jongerius brengen zij ook de verkeersveiligheid in gevaar. Tubantia Frans Boogaard 30-05-17 [https://www.tubantia.nl/buitenland/chauffeurs-uit-oost-europa-geven-nederlandse-trucker-het-nakijken~ac989f0d/ Chauffeurs uit Oost-Europa geven Nederlandse trucker het nakijken]
Vertalingen
Engelsgas range, gas ring, gas burner
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek