gast
Wat is de betekenis van gast?
gast betekent: (maatschappij) iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
Betekenis
- (maatschappij) iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
- (horeca) klant in een hotel, restaurant e.d.
- (media) wie uitgenodigd wordt voor een mediaprogramma
- (informatica) iemand zonder eigen account op een computer of netwerk
- (informeel) min of meer denigrerende vorm om tegen of over iemand (doorgaans van het mannelijke geslacht) te spreken
Voorbeelden van "gast" in een zin
- Denemarken ook nauwelijks, in de pers hadden ze het uitgebreid gehad over de gemoedelijke verhouding tussen de Deense bevolking en de Duitse gasten. De koning en de regering van Denemarken zaten nog op hun plaats en de samenwerking leek uitstekend te functioneren binnen de Germaanse verbroedering.
- `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.
- De centrale gast in een talkshow.
- Gast, wat ben jij daar aan het doen?
- Die opvliegende gast moesten ze voor altijd van de voetbalvelden weren.
Betekenis en uitleg van gast
Een gast is iemand die tijdelijk ergens verblijft, vaak in het huis van een ander of op een evenement. Het woord roept beelden op van gezelligheid en saamhorigheid, waar mensen samenkomen en ervaringen delen.
Je gebruikt het woord 'gast' vaak als je het hebt over bezoekers, zoals vrienden die komen logeren of mensen die een feestje bijwonen. In de horeca verwijst het naar klanten die komen dineren. Het woord heeft een positieve connotatie, waarbij het draait om welkom heten en samen zijn.
Voorbeelden
- Mijn ouders hebben een paar gasten uit het buitenland uitgenodigd voor het weekend.
- Tijdens het feest waren er veel gasten, wat de sfeer extra levendig maakte.
- Als gast in een restaurant is het belangrijk om respectvol te zijn naar het personeel.
Woordoorsprong
Het woord 'gast' is afgeleid van het Oudgermaanse 'gasta', wat 'bezoeker' of 'verhuizer' betekent. Dit laat zien hoe het idee van tijdelijk verblijf al heel oud is.
Veelgestelde vragen over gast
Wat is de betekenis van gast?
gast betekent: (maatschappij) iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
Hoeveel betekenissen heeft gast?
gast heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft gast?
gast is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je gast in een zin?
Voorbeeld: “Denemarken ook nauwelijks, in de pers hadden ze het uitgebreid gehad over de gemoedelijke verhouding tussen de Deense bevolking en de Duitse gasten. De koning en de regering van Denemarken zaten nog op hun plaats en de samenwerking leek uitstekend te functioneren binnen de Germaanse verbroedering.”
Etymologie
*van Middelnederlands "gast", in de betekenis van ‘bezoeker’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Uitdrukkingen
- Ongenode gasten zet men buiten de deur — Stoett-597 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0601.phpv597 www.dbnl.org]
- Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten — argwanende mensen zijn vaak zelf niet te vertrouwen (en andersom) / een mens denkt net zo over een ander als die over zichzelf denkt, dus als iemand zelf oneerlijk is denkt diegene dat anderen ook oneerlijk zijn