gastplant

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɑstplɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) een plant waarop een ander organisme, zoals een insect (denk aan een rups), een schimmel of een virus, leeft en zich voedt voor groei en voortplanting
  2. plantkunde (plantkunde) een plant die op een andere plant groeit zonder er voedingsstoffen aan te onttrekken