gastheer

mannelijk (de)/ˈɣɑsther/

Wat is de betekenis van gastheer?

gastheer betekent: een man die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een man die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken
  2. biologie (biologie) een organisme dat een ander organisme draagt
  3. organisatie die iets organiseert voor meerdere mensen of groepen mensen

Voorbeelden van "gastheer" in een zin

  • Mijn vader is niet zo'n goede gastheer.
  • Waarschijnlijk was het helemaal niet terecht geweest dat hij de twee Duitse schrijvers had vervloekt die om een of andere reden niet samen in het Grand Hotel in Saltsjôbaden wilden verblijven, zodat een van hen, helaas de bolsjewiek en niet de Nobelprijswinnaar, bij hen thuis in Villa Bellevue moest logeren. Wat tot gevolg had dat hij naar huis moest om de gastheer te spelen.

Vertalingen

Engelshost, host
Spaansanfitrión
Japans宿主
Poolsgospodarz, gospodarz