gazonsproeier
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- apparaat waarmee men water over een grasveld kan spuitenVerschillende gazonsproeiers verenigden hun ritmische gesis tot een melancholiek lied; waar de sproeiers niet reikten, was het pas gemaaide gras geel verkleurd door de hitte.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek