gazpacho

mannelijk (de)/ɡɑsˈpɑtʃo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een koude uit Spanje afkomstige soep van rauwe groenten en kruiden, meestal met tomaat, en in de originele versie beslist zonder vlees of bouillon
    Stipt om 15.30 uur staat de vrachtwagen vrijdagmiddag voor de deur. Vanuit de laadklep worden 48 kratten met afgekeurde tomaten het pand ingehesen. Daar staat het al vol met wachtenden. "Ik geef zaterdag een etentje, dus toen ik de oproep op Facebook zag, dacht ik: handig, dan ga ik gazpacho maken," zegt Laura Smits (32). Het Parool Andra Huntjens 3 augustus 2018 [https://www.parool.nl/ps-stadsgids/dringen-om-rimpelige-tomaten-48-kratten-in-twaalf-minuten-leeg~a4602443/ Dringen om rimpelige tomaten: 48 kratten in twaalf minuten leeg]
    Geheel diervriendelijk is de gazpacho aan de overzijde. Normaal gesproken een koude soep op basis van rauwe groenten, maar Diner stak de Spaanse trots in een eigen(wijs) jasje. Zo wordt de soep niet opgelepeld, maar geprikt. Mijn tafelpartner zet haar vork in een tartaar van paprika, rozemarijn, basilicum, tomaat en een gelei van komkommer. Tubantia Marco Bosmans 11-01-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/imposante-smaakparade~a2c89b23/ Imposante smaakparade]
    Op dagen dat hij wel open was, probeerde hij of hij gerechten kon serveren die waren aangepast aan de weersomstandigheden. En dus kwam hij met een ijskoude Spaanse gazpacho en experimenteerde hij met tzatziki en andere verkoelende schotels. Tubantia Ronald Giphart> 15-12-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/giphart-verrukkelijke-frisse-panna-cotta-past-ook-bij-de-winter~a0f1e3cc/ Giphart: verrukkelijke frisse panna cotta past ook bij de winter]

Etymologie

* uit het Spaans

Vertalingen

Engelsgazpacho