geëtter

onzijdig (het)/ɣəˈʔɛtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhoudend vervelend treiteren
    In de mêlee gaan het staatsieportret en het videoapparaat aan gruzelementen, de twee-eiige tweeling hangt aan de tl-buizen en na een tsunami van etuis en proppen is Alex het geëtter zat: niet bepaald de-escalerend slaat hij woest om zich heen, tot de bel verlossing brengt. Tubantia 7 december 2011 [https://www.tubantia.nl/almelo/eindelijk-weer-een-leerling-in-top-3-groot-almelo-s-dictee~aa114883/ Eindelijk weer een leerling in top 3 Groot Almelo's Dictee]
    Maar als ik opnames verklootte door te lachen, dan wist ik dat het geld kostte, dat we achter raakten op schema. Ik zag Kevin als mijn kleine broertje dat mij van mijn stuk probeerde te brengen met zijn geëtter. Dat mocht hem niet lukken. Tubantia E. de Kloe 4 februari 2016 [https://www.tubantia.nl/show/ice-cube-is-even-klaar-met-grommen~af3a192d/ Ice Cube is even klaar met grommen]

Etymologie

* van etteren