gezeik

onzijdig (het)/ɣəˈzɛik/

Wat is de betekenis van gezeik?

gezeik betekent: (informeel) veelvuldig of langdurig geklaag over weinig belangrijke zaken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) veelvuldig of langdurig geklaag over weinig belangrijke zaken

Voorbeelden van "gezeik" in een zin

  • Ik ben dat gezeik van je zo zat!
  • Om van het gezeik van zijn vrouw af te zijn, ruimde hij toch maar z'n rondslingerende spullen in de schuur op.

Betekenis en uitleg van gezeik

Gezeik verwijst naar zeuren, klagen of lastigvallen over iets dat vaak als onbelangrijk of overdreven wordt beschouwd. Het is een informele term die vaak in een negatieve context wordt gebruikt om frustratie of irritatie aan te duiden.

Het woord 'gezeik' wordt vaak gebruikt in situaties waar iemand zich aan iets irriteert dat eigenlijk niet zo'n groot probleem is. Het kan ook betrekking hebben op eindeloze discussies of ruzies over onbenulligheden. De nuance van het woord ligt in de informele en soms vulgaire toon, waardoor het minder serieus overkomt.

Voorbeelden

  • Na een uur gezeik over de kleur van de muren, besloot ik gewoon de verf te kopen die ik het leukst vond.
  • Dat gezeik over het weer maakt het er niet beter op; laten we gewoon naar buiten gaan en genieten.
  • Hij had geen zin in meer gezeik over de regels, dus hij besloot het gewoon maar te negeren.

Woordoorsprong

De oorsprong van 'gezeik' is niet precies bekend, maar het is waarschijnlijk afgeleid van het werkwoord 'zeiken', wat in de volksmond ook 'zeuren' of 'klagen' betekent.

Veelgestelde vragen over gezeik

Wat is de betekenis van gezeik?

gezeik betekent: (informeel) veelvuldig of langdurig geklaag over weinig belangrijke zaken

Welk woordgeslacht heeft gezeik?

gezeik is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van gezeik?

Synoniemen van gezeik zijn: gezeur, gezanik.

Hoe gebruik je gezeik in een zin?

Voorbeeld: “Ik ben dat gezeik van je zo zat!

Etymologie

*Afgeleid van de stam van zeiken