gezanik
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- op een hinderlijke manier aanhoudend, nutteloos en ongefundeerd geklaag— Het is diefstal, u zult zich hiervoor moeten verantwoorden, waarde heer! zei de infanterieofficier nogmaals met stemverheffing. — En waarom zit u zo achter me aan? Hè? schreeuwde Denisov ineens woest. Ik moet verantwoording afleggen en niet u, hou op met dat gezanik, anders zult u wat beleven! Mars! schreeuwde hij tegen de officieren.{{Aut|Tolstoj, L.N.
- iets waar iemand een groot probleem van maakt
Etymologie
* van zaniken
Vertalingen
Engelswhining
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek