gezanik

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. op een hinderlijke manier aanhoudend, nutteloos en ongefundeerd geklaag
    — Het is diefstal, u zult zich hiervoor moeten verantwoorden, waarde heer! zei de infanterieofficier nogmaals met stemverheffing. — En waarom zit u zo achter me aan? Hè? schreeuwde Denisov ineens woest. Ik moet verantwoording afleggen en niet u, hou op met dat gezanik, anders zult u wat beleven! Mars! schreeuwde hij tegen de officieren.{{Aut|Tolstoj, L.N.
  2. iets waar iemand een groot probleem van maakt

Etymologie

* van zaniken

Vertalingen

Engelswhining