gebakschaal
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schaal waarop men meerdere gebakjes of kleine taartjes kan presenteren' Toen ze kastjes opendeed en luidruchtig dingen heen en weer schoof, op zoek naar de gebakschaal, gleed Rebecca van haar kruk en keerde terug naar haar auto om haar weekendtas te halen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek