gebied

onzijdig (het)/ɣəˈbit/

Wat is de betekenis van gebied?

gebied betekent: een deel van het aardoppervlak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een deel van het aardoppervlak
  2. alle dingen die behoren tot een tak van het onderwijs, de kunst en/of de wetenschap

Voorbeelden van "gebied" in een zin

  • Het gebied tussen twee huizen.
  • Rapport Amnesty International over krijgsgevangenen: ‘Rusland martelt en moordt in bezette gebieden Oekraïne’[https://www.parool.nl/wereld/rapport-amnesty-international-over-krijgsgevangenen-rusland-martelt-en-moordt-in-bezette-gebieden-oekraine~b745f437/ www.parool.nl (4 mrt 2025)]
  • De Mojave is een van de droogste en heetste gebieden van Amerika met temperaturen tot wel 50 °C.
  • Het gebied van de wiskunde en aanverwante bètadisciplines.
  • `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.

Etymologie

* van gebieden

Vertalingen

Engelsarea, region, territory
Fransrégion
DuitsGebiet
Spaansárea, zona, región
Italiaansterritorio
Turksalan, arazi, bölge