gebit
onzijdig (het)/ɣəˈbɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) alle tanden en kiezen van een dier of mens
Etymologie
* In de betekenis van ‘geheel van tanden en kiezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1340
Vertalingen
Engelsteeth
Fransdenture
DuitsGebiss, Zähne
Spaansdentadura, dientes
Italiaansdenti
Portugeesdentadura, dentama
Turksdişler
Zweedsbett
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek