geblesseerd
/ɣəblɛˈsert/
Betekenis
werkwoord
- (vrij zeldzaam) vormt de lijdende vormBeide spelers werden door die ongelukkige botsing geblesseerdZe raakten allebei geblesseerd.Hij is al een tijdje geblesseerd.
- (sport) gewond, met name door sportbeoefening
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek