gebrokenheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet meer heel en compleet zijn van iets
    'Dit boek geeft inzicht in het perspectief van de beperkte medemens, maar verschaft ook inzicht over onszelf wanneer de gebrokenheid van het bestaan ons raakt.'Volkskrant Marije Stegenga 1 juni 2009,

Etymologie

* afgeleid van gebroken