gebruis

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zeer levendig zijn
    Het contrast tussen het energieke gebruis rond het Esperidonplein en de armtierige publieke ruimte kon niet groter zijn.de Standaard 21/09/2012 door Hans Brems [http://www.standaard.be/cnt/blhbr_20120921_001 Glyfada Beach ]
  2. het geruis van een gas vloeistof mengsel
    Aan de hoogste flanken van de bergen kleven donzige wolken, als uit elkaar gerafelde wattenproppen. Stil is de vallei niet: de Dora, vijfhonderd meter dieper, tolt gezwind naar beneden en het gebruis is tot hier hoorbaar. Een pompende ademhaling en het gekraak van de pedalen in de bochtjes komen daarbovenop.de Standaard 05 MAART 2011 Tim Vanderjeugd [http://www.standaard.be/cnt/os36v84g Op twee wielen tussen berg en dal ]

Etymologie

* van bruisen

Vertalingen

Engelseffervescence