gedachte

vrouwelijk (de)/ɣəˈdɑxtə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hetgeen wat men denkt
    Soms heb ik het gevoel dat ik een gedachte van mijn beste vriendin kan lezen.
    Voordat ik weer in slaap viel kreeg ik de gedachte aan zeven verschrompelde lijken in gesmolten slaapzakken niet uit mijn hoofd.
    De gedachte dat deze triviale etiquettekwestie de dood van achttien mensen had veroorzaakt, was onverdraaglijk geweest. Maar dat was dus niet zo.
  2. mening, opinie, idee

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands ghedachte, ghedochte, aanpassing van ghedacht, ghedocht, uit Oudnederlands gethāht, ontwikkeld uit West-Germaans *gi-þāh-ti, verbaalabstractum met Primärberührung bij *þankjan- ‘denken’. Evenzo afgeleid zijn Nederduits (vero.) Gedacht, Oudhoogduits gidāht en Oudengels ġeþōht (waaruit Engels thought).

Uitdrukkingen

  • op twee gedachten hinken
  • van gedachte wisselen
  • van gedachten wisselen
  • Gedachten zijn tolvrijiedereen mag vrij denken wat diegene wil
  • De wens is de vader van de gedachteje gelooft iets, omdat je wil dat het zo is
  • Twee zielen, één gedachtetwee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben

Vertalingen

Engelsthought
Franspensée
DuitsGedanke
Spaanspensamiento
Italiaanspensiero
Portugeespensamento
Russischмысль
Poolsmyśl
Zweedstanke
Deenstanke