gedrag

onzijdig (het)/ɣəˈdrɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sociologie (sociologie) de manier waarop iemand optreedt of zich opstelt richting anderen
    Ik analyseer emoties en gedrag altijd al graag, dus deze ontmoeting was een schot in de roos voor mij.
  2. natuurkunde, scheikunde (natuurkunde), (scheikunde) de manier waarop iets (bijv. een stof of element) ergens op reageert
    Het elektrisch gedrag van halfgeleiders hangt sterk van hun gehalte aan onzuiverheden af.

Etymologie

* In de betekenis van ‘wijze van doen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1701

Uitdrukkingen

  • Daar sta je/zit je nu/ga je heen met je goede gedragSchertsend/cynisch bedoelde uitdrukking wanneer iets bij het volgen van een vooropgezette werkwijze heel anders uitpakt dan was bedoeld
  • [Niet] van onbesproken gedrag zijnEen goede [of: geen goede] reputatie hebben

Vertalingen

Engelsbehaviour, behavior
Franscomportement, conduite
DuitsBenehmen, Verhalten
Spaansconducta, comportamiento
Italiaanscomportamento, condotta, atteggiamento
Portugeescomportamento, procedimento
Russischповедение
Japans行動, こうどう, koudou
Poolszachowanie
Zweedsbeteende, uppförande, sätt
Deensadfærd