geeuw

mannelijk (de)/ɣew/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich uitrekken, meestal met open mond, bij slaperigheid, ontspanning of verveling
    Hij kon in de langdradige vergadering een geeuw niet onderdrukken.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsyawn
Fransbâillement
DuitsGähnen
Spaansbostezo