geeuwhonger

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plotselinge erge honger als gevolg van heftige inspanning zonder eten vaak samengaand met een neiging tot flauwvallen en zweten
    Geeuwhonger is de titel van een zeer kort verhaaltje van de Poolse Parijzenaar Topor. Het gaat als volgt: 'Hij had zo'n honger dat toen hij hurkte aan de kant van de weg om te kakken zijn reet ervan gebruik maakte om het gras te verslinden.' Volkskrant Remco Campert 13 juni 2015

Etymologie

* In de betekenis van ‘plotselinge honger’ voor het eerst aangetroffen in 1769

Vertalingen

Engelsfamine