hongerklop

mannelijk (de)/ˈhɔŋərˌklɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sterk gevoel van honger
    Het station als foodhal valt Van Dijl alleszins mee. Maar als hij de hongerklop krijgt, gaat hij om de hoek eten, bij A Proposito.
    Dat is de wereld die wij kennen, — jij en ikdat is het donker slop van onze grauwe dagendat is de hongerklop aan onze leege magen
  2. sport (sport) zwakte die bij een voortdurende inspanning opeens kan ontstaan door gebrek aan koolhydraten
    Uitgerekend in Corvara, waar Erik Breukink in 1989 een vrijwel gewonnen Giro door hongerklop verspeelde, nam Kruijswijk zaterdag een voorschot op de eerste Nederlandse Girozege ooit.

Etymologie

*[2] werd als sportterm rond 1996 bekend door de Nederlandse wielrenner