het

/ət/

Betekenis

voornaamwoord
  1. 3e persoon enkelvoud onzijdig.
    Het leger zegt dat het de situatie onder controle heeft, maar dat blijkt niet helemaal te kloppen.
voornaamwoord
  1. 3e persoon enkelvoud onzijdig
    Het regent al de hele dag.
lidwoord
  1. een bepaald lidwoord, wordt gebruikt voor onzijdige bepaalde zelfstandige naamwoorden en voor alle verkleinwoorden in het enkelvoud. Het geeft een specifieke persoon of ding aan: Het boek; het meisje
    Het leger zegt dat het de situatie onder controle heeft, maar dat blijkt niet helemaal te kloppen.

Etymologie

: : het (Oudfries: hit)

Uitdrukkingen

  • al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding
  • het is aan
  • het koste wat het kost
  • het niet lang meer trekken
  • het niet trekken
  • koste wat het kost
  • aan het hart laten komen
  • aan het klokzeel hangen

Vertalingen

Engelsit, it, the
Fransle, la, il
Duitses, es, das
Spaansello, le, lo
Italiaansesso, essa, lo
Portugeesele, ela, isso
Russischон, она, оно
Chinees它, 之
Japansそれ
Koreaans그것
Arabischهو, هي
Turkso
Poolsono, to
Zweedsden, det
Deensdet