gelijkmatigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het steeds overal hetzelfde zijn zonder uitschieters of onregelmatigheidenHet was de schuld van zijn zoontje op het paard, dat met kundig mennen te zorgen had voor gelijkmatigheid.
- het emotioneel niet opgewonden zijnToch waarschuwt Gerritse voor het conventionele beeld van Rauter als een bloeddorstige schurk of "roverhoofdman", zoals Loe de Jong hem zag. "Hij is na de oorlog afgeschilderd als een infantiel monster. Maar hij was niet een SS'er die met het schuim op de bek zijn slachtoffers zocht. Juist niet. Hij viel op door zijn gelijkmatigheid. Een slimme man, maar wel een fanaat."
Etymologie
* afleiding van gelijkmatig
Vertalingen
Engelsevenness of temper
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek