geloofsovertuiging

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zekere weten zonder waarneming, vaak betrekking hebbend op een opperwezen
    Voor sommige mensen met een geloofsovertuiging is die geloofsovertuiging het richtsnoer voor hun dagelijks handelen.
    „Rechtsstatelijk ontstaan er risico’s wanneer bepaalde geloofsovertuigingen het zelfbeschikkingsrecht van anderen aantasten.” [https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/06/orde-van-advocaten-ziet-vele-risicos-voor-de-rechtstaat-in-plannen-van-politieke-partijen-a4179887 www.nrc.nl (6 nov 2023)]