gelovigheid
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van gelovigheid?
gelovigheid betekent: de mate waarin iemand gelooft in een opperwezen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand gelooft in een opperwezen
- het geloof in een opperwezen
Voorbeelden van "gelovigheid" in een zin
- Dat 85 procent van de bevolking gedoopt is, zegt niets over hun gelovigheid.
- Niet alleen blijven de kerken in Nederland gestaag leeglopen, ook de gelovigheid neemt onder Nederlanders sterk af. Steeds minder Nederlanders geloven nog in God of in een leven na de dood.
Etymologie
* afleiding van gelovig
Vertalingen
Engelsdevoutness, piety
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek