gelui
onzijdig (het)/ɣəˈlœy/
Wat is de betekenis van gelui?
gelui betekent: laten klinken van een torenklok of bel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- laten klinken van een torenklok of bel
- (bouwkunde) geheel van luidklokken zoals dat in een toren is geïnstalleerd
- (bouwkunde) hijsinstallatie in een windmolen
Voorbeelden van "gelui" in een zin
- Als hij buiten speelde, werd hij naar binnen geroepen door het gelui van een bel.
- Ze konden niet tegen het gelui van de klokken.
- In 1505 giet hij het beroemde, nog steeds grotendeels bestaande gelui van de Utrechtse Domtoren.
Etymologie
*afgeleid van luien
Vertalingen
Engelstolling
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek