gemak

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van gemak?

gemak betekent: op een rustige en eenvoudige manier

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. op een rustige en eenvoudige manier
  2. zonder spanning of angst
  3. zonder al teveel moeite

Voorbeelden van "gemak" in een zin

  • Hij kon op zijn gemak de folders uitzoeken.
  • De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS. Ondertussen zoekt je passagier in de Michelingids een restaurant waar je goed en uitgebreid kunt lunchen.
  • Langzamerhand kwam ik in een gestage cadans en ik begon me steeds meer op mijn gemak te voelen in deze omgeving.
  • In de hoofse literatuur was de ideale ridder geen houwdegen zoals Willem de Maarschalk, maar een smooth operator die zich op zijn gemak voelde aan het hof en in gezelschap van dames.
  • Met groot gemak schoot hij de voetbal in de kruising.

Etymologie

* In de betekenis van ‘wc’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1637

Uitdrukkingen

  • Wie zijn gemak niet zoekt is lui.Als er een eenvoudigere of simpelere manier is om iets te doen is die manier de juiste keuze.