gemartel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het voortdurend pijnigen van iets of iemandEen toezegging dat de gemeente het bankje en bosje op de hoek gaat verwijderen en er een grote invalidenparkeerplaats van gaat maken, zodat Tyler niet meer in zijn rolstoel over straat naar de bus moet rijden, krijgen ze echter niet van de wethouder. Wel worden de grootouders van de jongen met Duchenne en zijn moeder uitgenodigd voor een gesprek op het gemeentehuis. Ze hopen op een snelle oplossing. "Want dat gemartel met dat kind moet over zijn." Tubantia Arjan te Bogt 20-05-17 [https://www.tubantia.nl/twenterand/veelbesproken-bankje-in-vroomshoop-voorlopig-nog-niet-weg~a2da845c/ Veelbesproken bankje in Vroomshoop voorlopig nog niet weg]
- het voortdurend bezig zijn met iets dat heel lastig is
- het voortdurend tobben en piekeren"Het gemartel staat me nog vers op het netvlies", blikt brandweerexpert Ynso Suurenbroek terug op de twintig jaar dat hij officier was bij de brandweer in Hengelo. Tientallen keren rukte hij uit om een grote brand te blussen, maar een tekort aan water maakte dat schier onmogelijk. Tubantia 11-06-07 [https://www.tubantia.nl/overig/een-brand-op-zijn-beloop-laten-door-bluswatertekort-is-geen-optie~ad43b7d1/ 'Een brand op zijn beloop laten door bluswatertekort is geen optie']
Etymologie
* van martelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek