gemeengoed
onzijdig (het)/ɣemeŋˈɣut/
Wat is de betekenis van gemeengoed?
gemeengoed betekent: (figuurlijk) iets dat iedereen heeft, doet of vindt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) iets dat iedereen heeft, doet of vindt
- (verouderd) wat toebehoort aan alle mensen uit een samenleving gezamenlijk
Voorbeelden van "gemeengoed" in een zin
- Dat we iets aan het broeikaseffect moeten doen is gemeengoed, er daadwerkelijk iets aan doen veel minder
- In de mediterrane culturen wordt een glas wijn bij de maaltijd tot de essentiële zaken gerekend. In Noord-Europa is dat de laatste decennia gemeengoed geworden.
- Want vele godsdienstige en Christelijke waarheden zijn onder de volken van Christelijken naam, als het gemeengoed van allen geworden.
- {{ouds
Etymologie
**[1] van "Gemeingut", in de betekenis van ‘algemeen verspreid idee’ voor het eerst aangetroffen in 1848
Vertalingen
Franscommun
DuitsGemeingut, Allmende
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek