gemeen
onzijdig (het)/ɣəˈmen/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gemeenschappelijkeDie twee soorten hebben in het gemeen dat ze beide zoogdieren zijn.
Etymologie
|citaat= .'De gemene man' en 'het gemene volk' - nu en dan tref je deze uitdrukkingen aan als verzamelnamen voor de 'gewone mensen'. Ze raakten in zwang in de 17de eeuw, toen gemeen 'alledaags, eenvoudig, gewoon' en 'onaanzienlijk' betekende}}
Uitdrukkingen
- Een ezel stoot zich in 't gemeen, geen tweemaal aan dezelfde steen — Iemand zal toch wel zo snugger zijn om een fout niet nog eens te maken?
Vertalingen
Engelswicked, vile, common
Fransméchant, commun, habituellement
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek