oprecht
ɔpˈrɛxt
Wat is de betekenis van oprecht?
oprecht betekent: de waarheid sprekend
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- de waarheid sprekend
- gemeend, niet gespeeld
Voorbeelden van "oprecht" in een zin
- En ik was oprecht blij voor haar: dat ze een nieuwe liefde had gevonden, dat ze weer gelukkig was.
- ' 'Ja, ik heb je dat al eerder horen zeggen, maar ik snap oprecht niet wat er erg aan is,' verzucht Joy.
Etymologie
In de betekenis van ‘echt, ongeveinsd’ voor het eerst aangetroffen in 1500
Vertalingen
papsinseramente
Franssincère, véridique
Spaanssincero, franco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek