oprechtheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate van oprecht zijn, eerlijkheid, van goede wil zijnHij toonde zijn oprechtheid door ze alles te vertellen.Kleine Woord aarzelde geen moment. Hij geloofde in de oprechtheid van Wilde Wingerd en de anderen.{{Aut|Herzen, Frank
Etymologie
* afgeleid van oprecht
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek