vals
Wat is de betekenis van vals?
vals betekent: alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
Betekenis
- alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
- min of meer grappig maar met een gemene, plagende ondertoon; ± sadistisch
- gemeen, kwaadaardig, vilein
- oneerlijk
- onecht/onjuist als gevolg van bijv. een technische storing
Voorbeelden van "vals" in een zin
- Dat bericht was vals.
- Dit zijn valse biljetten van €20.
- De dames vertelden me volop over hun paarden en plaagden elkaar met valse grapjes.
- Wat een valse streek heb je geleverd!
- Eerst dacht ik dat hij gewoon veel geluk had, maar toen merkte ik dat het vals spel was.
Betekenis en uitleg van vals
Het woord 'vals' verwijst naar iets dat niet oprecht, onecht of bedrog is. Het kan zowel betrekking hebben op karaktereigenschappen als op situaties waarin iets niet klopt of niet waar is.
Je gebruikt 'vals' vaak in sociale contexten, bijvoorbeeld om iemand te beschrijven die niet eerlijk of betrouwbaar is. Het kan ook verwijzen naar dingen zoals een vals geluid of een vals akkoord in muziek. De nuance van het woord kan variëren van een lichte misleiding tot ernstige bedrog, afhankelijk van de situatie.
Voorbeelden
- Hij maakte een valse belofte, waardoor zijn vrienden teleurgesteld achterbleven.
- De valsheid van het liedje was duidelijk toen de muzikant de verkeerde noten speelde.
- Ze had het gevoel dat haar collega een vals spel speelde om haar positie te ondermijnen.
Woordoorsprong
Het woord 'vals' stamt vermoedelijk af van het Middelnederlandse 'valscher', wat 'bedrog' of 'onecht' betekende. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook een vergelijkbare betekenis hebben.
Veelgestelde vragen over vals
Wat is de betekenis van vals?
vals betekent: alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
Hoeveel betekenissen heeft vals?
vals heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je vals in een zin?
Voorbeeld: “Dat bericht was vals.”
Etymologie
via Middelnederlands valsch en mogelijk Oudfrans fals van Latijn falsus, in de betekenis van ‘onjuist, gemeen’ aangetroffen vanaf 1237