vals
vɑls
Wat is de betekenis van vals?
vals betekent: alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
- min of meer grappig maar met een gemene, plagende ondertoon; ± sadistisch
- gemeen, kwaadaardig, vilein
- oneerlijk
- onecht/onjuist als gevolg van bijv. een technische storing
Voorbeelden van "vals" in een zin
- Dat bericht was vals.
- Dit zijn valse biljetten van €20.
- De dames vertelden me volop over hun paarden en plaagden elkaar met valse grapjes.
- Wat een valse streek heb je geleverd!
- Eerst dacht ik dat hij gewoon veel geluk had, maar toen merkte ik dat het vals spel was.
Etymologie
via Middelnederlands valsch en mogelijk Oudfrans fals van Latijn falsus, in de betekenis van ‘onjuist, gemeen’ aangetroffen vanaf 1237
Vertalingen
Engelsvicious, fake, mean, false, wicked
papfalsu
Spaansfalso, malicioso, malévolo, maligno
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek