gemeenschapsdienst

mannelijk (de)/ɣəˈmensxɑpsˌdinst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werk dat voor de samenleving wordt verricht zonder dat er een directe beloning tegenover staat
    Organisaties die een uitgekiende mix maken tussen plezierige vrijetijdsbesteding voor de leden en gemeenschapsdiensten, zijn bijvoorbeeld zangkoren en harmonieorkesten.
    Gemeenschapsdienst - het onderhoud van wegen, anti-erosiewerken, verbetering van de watervoorziening - werd niet langer gezien als een bijdrage aan de ontwikkeling van het land, maar als werk voor de partij aan de macht.
  2. door mensen die iets voor hun idealen willen doen
    Hij besloot met de idee dat de paradox tussen Gezelles individualisme en zijn toch grote zin voor gemeenschapsdienst misschien kan worden begrepen door hem in dit alles weer te gaan evolueren naar de normen van zijn eigen tijd; een mening die we graag bijtreden.
    Ze bracht de meisjes ook dank voor het werk, dat zij in gemeenschapsdienst hebben verricht.
  3. door jonge mensen als alternatief voor militaire dienstplicht
    Hij had de afschaffing van de dienstplicht willen koppelen aan de invoering van een algemene gemeenschapsdienst. Als het aan de minister ligt, gaan jongens en eventueel ook meisjes in de toekomst een aantal maanden voor de gemeenschap werken.
    Want men vergete het niet: de ‘gemeenschapsdienst’ - of welk ander woord men voor vrouwendienstplicht bedenken wil - erkent de vrouw als gemeenschapswezen, als onmiddellijk deel van het geheel, niet alleen als gezinswezen en middellijk deel van de natie.
  4. door mensen die een werkloosheidsuitkering ontvangen, als een soort tegenprestatie
    Zo’n 13.000 mensen in de provincie Kasserine (432.000 inwoners) krijgen een maandelijkse uitkering van 240 (120 euro) per maand in ruil voor gemeenschapsdienst of interim-werk.
  5. juridisch (juridisch) door mensen die zich hebben misdragen, als alternatieve straf
    Voor haar ‘agressieve gedrag’ (spugen, slaan) richting luchthavenpersoneel en agenten kreeg ze 200 uur gemeenschapsdienst en een boete van 4.500 dollar.
    Ook Boesaks advocaat Mike Maritz verwees naar de grote verdiensten van zijn cliënt en vroeg om gemeenschapsdienst als straf in plaats van de cel.
  6. organisatie die werk doet gericht op een algemeen belang van de samenleving
    De eerste wil het moderne ziekenhuis als een echte gemeenschapsdienst in handen zien van een multidisciplinaire raad van beheer, waarin vertegenwoordigers van alle belanghebbenden plaatsnemen.
    {{ouds
    {{ouds
  7. media (media) geheel van programma's of activiteiten met een ideëel doel, niet gericht op vermaak of een commercieel belang
    In het concept-contract stond dat het consortium, A2000 geheten, tien procent van de totale capaciteit van de kabel moest openstellen voor zogeheten “gemeenschapsdiensten”, programma's of informatiediensten met een maatschappelijke of culturele doelstelling zoals bijvoorbeeld een telefooncentrale in een bejaardenhuis en een netwerk in een bibliotheek.
  8. regering, historisch (regering) (historisch) organisatie die onderdeel is van de Europese Gemeenschap (voorloper van de EU)
    {{ouds
  9. religie (religie) kerkelijke viering door een plaatselijke groep gelovigen
    Dagelijks wordt er, om twee uur 's middags in de kloosterkerk een gemeenschapsdienst gehouden.
    De eucharistie is wezenlijk een gemeenschapsdienst, maar door de onpersoonlijke houding van een in Latijn celebrerende priester, zonder dialoog met de gelovigen, kwam dat weinig tot zijn recht.

Etymologie

*, mogelijk een leenvertaling van "community service", in de betekenis "organisatie die werkt in het algemeen belang" aangetroffen vanaf 1876