gemeentewerk
onzijdig (het)/ɣəˈmentəˌwɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wat wordt gedaan of gemaakt in dienst van de lokale overheidOngeveer een kwart van de raadsleden vulde een uitgebreide vragenlijst in. Van hen vindt ruim een kwart dat het raadswerk te veel tijd kost. Vrouwen besteden gemiddeld 18 procent meer tijd aan het gemeentewerk dan hun mannelijke collega's.Volkskrant 2 maart 2010,Stratenmakers wurmden in den grond en een riool lag bloot. ‘Gemeentewerk als in Amsterdam,’ verwonderde zich even Theobald, dadelijk overmachtigd.
- (religie) (protestant) activiteiten gericht op het functioneren van een plaatselijke kerkgemeenschapIn werkelijkheid waren er, behalve ziekentroosters, in heel het wijde gebied der Compagnie op éen tijdstip (1681) maar vijfendertig predikanten, en die moesten eerst en vooral het gewone gemeentewerk waarnemen onder hun landgenoten en de inlandse Christenen in de Molukken en elders.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek