gemeenzaamheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat op ongedwongen, liefdevolle wijze gebeurtZij openbaren zich aan elkaar en maken zeer grote familiariteit en gemeenzaamheid. Niets verbergen zij voor elkaar, tot de kleinste bijzonderheden toe.
- iets dat al te gewoon en vanzelfsprekend is
Etymologie
* afleiding van gemeenzaam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek