gemoedsrust

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de rust die iemand heeft die zichzelf niets te verwijten heeft
    Ik kan in alle gemoedsrust zeggen dat ik mijn best doe er het beste van te maken.
    Hij leerde mij ook verschillende soorten wolken te herkennen en langzaam kwamen mijn vertrouwen en gemoedsrust weer terug.