genadegift

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat men krijgt zonder dat men daar recht op heeft
    In tegenstelling tot de mensen die aan een ziekte bezweken, buiten hun schuld om verongelukten of geveld werden door een hartstilstand en die enorm zwaar worden als ze liggen te wachten op een laatste genadegift van hun nabestaanden of het verplegend personeel alsof ze met hun gewicht de zwaarte van het verlies en de levens die ze achterlaten willen benadrukken, zijn degenen die zelf hun leven beëindigden onbegrijpelijk en provocerend licht ...